Diploma's
Geschreven door Simon   
zaterdag, 12 juli 2008 22:01

De onderstaande tekst is samengesteld door Simon met hulp van vele andere (ex-)(hoofd-)zeilleiders. Onderstaande versie dateert van juli 2008.

Vooraf
Zeilvereniging Daan Fok kent haar eigen diploma’s. Binnen de club word je stap voor stap opgeleid tot zeilleider. Dat stappenplan ziet er als volgt uit: bemanningskaart – vlettenkaart – valkenkaart – aspirant-zeilleider – zeilleider.

Tot het behalen van je valkenkaart wordt er een vorderingenkaart (ook wel ‘aftekenlijst’) bijgehouden. Hierop staat puntsgewijs aangegeven wat de vereisten zijn en word je per zeildag per geoefende discipline door je zeilleider een cijfer gegeven. Dat loopt van een één (‘voorgedaan’) tot een vijf (‘perfect’). De zeilleider heeft de mogelijkheid een algemene aanwijzing of opmerking te noteren. Zo krijg je een idee van je vorderingen.

Hieronder volgt een korte beschrijving van (1) wat er globaal van je verwacht wordt om zo’n kaart te kunnen halen, (2) hoe het afzeilen gaat en (3) wat je er aan hebt.

BemanningskaartBemanningskaart
Je bent een volwaardig bemanningslid aan boord.

Als je je bemanningskaart hebt gehaald, kan er op je gerekend worden. Zeilen hijsen, fok opbinden, overstag gaan, koersen, windrichtingen, schootbediening, terminologie, afhouden, optuigen en aftuigen.. zodra het van je gevraagd wordt, weet je wat je moet doen en hoe. Je moet commando’s kunnen opvolgen en daarbij is eigen initiatief een pré, geen vereiste.
Samen met iemand die z’n vlettenkaart heeft, mag je nu een vlet meenemen.

Op de vorderingenkaart worden verschillende disciplines genoemd. Enkele toelichtingen: het zeilklaar maken moet je geheel zelfstandig kunnen, het afhalen van de dektent daargelaten; nachtklaar maken is inclusief schrobben; de knopen die je moet kunnen zijn de achtknoop, aanlegknoop (dubbele halve steek waarvan de eerste slippend), beleggen en platte knoop; je moet alle onderdelen van de boot kennen die je tegen kan komen bij het uitvoeren van de commando’s.

Het afzeilen vindt plaats op een gewone zeildag, meestal aan het einde van het voor- of naseizoen of op het zeilkamp. Afzeilen vraag je aan bij de hoofdzeilleider en gebeurt altijd in overleg met één of meerdere zeilleiders die je adviseren of het een goed idee is.
Gedurende de afzeildag wordt er gewoon gezeild als normaal, alleen krijg jij het iets drukker, omdat je moet laten zien dat je de boel goed in de vingers hebt. De zeilleider geeft bepaalde commando’s (‘hijs het zeil’, ‘tuig de boot netjes af’) en kijkt hoe je het doet.
Bij die commando’s mogen twee verschillende disciplines gecombineerd worden, zolang ze maar apart benoemd worden (‘hijs het zeil zodra we aan de wind varen’, ‘loef op naar aan de wind en ga dan overstag’).
Tussendoor wordt niet geëvalueerd, aan het einde van de dag volgt een gesprek en een besluit.

De ambitie is om leden binnen een volledig zeiljaar dit eerste diploma te laten halen. Sommige jonge Daan Fokkers hebben al heel wat zeilervaring en dan kan het wel eens sneller gaan..

VlettenkaartVlettenkaart
Samen met een bemanningskaarthouder mag je een vlet meenemen.

Dus óók buiten reguliere zeildagen, mag je als vlettenkaarthouder gaan zeilen, zolang je maar minimaal een iemand aan boord hebt die z’n bemanningskaart heeft. Met je vlettenkaart op zak, kan je op eigen inzicht een vlet varen. Behalve de eerder genoemde basistechnieken heb je nu ook het zeilinzicht ontwikkeld om afvaart- of aanlegplan te maken en uit te voeren, leiding te geven aan een bemanning en overzicht te houden: met jou aan boord, komt de vlet zonder brokken en netjes afgetuigd terug in de haven. De veiligheid van bemanning en materiaal staat voorop. De belangrijkste zeilmanoeuvres die je moet leren, zijn: gijpen, reven, stormrondje, man-over-boord-manoeuvre, reven en roeien.

Op de vorderingenkaart worden verschillende disciplines genoemd. Enkele toelichtingen: de extra knopen die je nu moet kunnen zijn de paalsteek, dubbele schootsteek en mastworp; de planning moet duidelijk gecommuniceerd worden; je kan altijd rust en veiligheid creëren door zeilen te strijken en te gaan roeien.

Het afzeilen kan op een gewone zeildag, niet op zeilkamp, omdat we daar normaliter geen vlet tot onze beschikking hebben. Voorwaarde is dat er genoeg wind staat, dat wil zeggen: minder dan windkracht drie is te weinig om je kunnen goed te testen. Er zit een zeilleider aan boord, en minstens ook een bemanningskaarthouder. Als dat niet mogelijk is, ‘speelt’ de zeilleider de rol van bemanningskaarthouder.
Gedurende de afzeildag krijg je bepaalde opdrachten van de zeilleider (‘man-over-boord!’, ‘leg je op dat benedenwinds punt aan en kom er daarna ook weer weg’). Bij deze situaties heb jij de leiding en de zeilleider mag je beschouwen als een bemanningskaarthouder die alleen iets doet als jij ‘t ‘m zegt. Er wordt niet alleen gekeken naar je zeiltechniek, maar ook naar zaken als: blijf je rustig in panieksituaties, laat je je niet verrassen en hou je overzicht. Pas aan het einde van de dag wordt geëvalueerd en besloten of je je kaart hebt gehaald, of nog even moet oefenen.

De doelstelling is om leden in drie a vier jaar op te leiden tot vlettenkaarthouder.

ValkenkaartValkenkaart
Samen met iemand zonder zeilervaring mag je een valk meenemen.

Ideaal dus als je met een vriend of vriendin die niet kan zeilen op een doordeweekse dag een bootje mee wil nemen, overigens mag je dan nog niet van de Loosdrechtse Plassen af met een Daan Fok-boot. Als je je valkenkaart hebt gehaald ben je een volwassen zeiler. Je kan deze grotere boten (zonder roeiriemen zoals bij de vlet) besturen, overal bezeild aankomen, alle complexe situaties die plots kunnen ontstaan snel inzichtelijk maken en de boot mét bemanning veilig terug in de haven brengen. Het is belangrijk dat je de leiding kan nemen over een boot en dit ook doet. Zeiltechnisch: sliplanding, ankeren, laveren in nauw vaarwater, zeilen zonder roer, bomen zonder roer en lagerwal.

Op de vorderingenkaart worden verschillende disciplines genoemd. Enkele toelichtingen: bij het wegkomen van lagerwal mag je vragen of iemand het roer wil vasthouden; bomen zonder roer is een discipline waarbij je boomtechniek getest wordt, niemand mag het roer vast houden.
Afzeilen voor je valk kan op een gewone zeildag, ook op zeilkamp. Minimaal windkracht 3 is een vereiste. Je wordt door twee zeilleiders afgezeild, die je de hele dag begeleiden bij het afzeilen. Is dat om praktische redenen niet haalbaar, wordt er tussen de middag van zeilleider gewisseld. Bij het uitvoeren van ingewikkelde manoeuvres mag je rekenen op één bemanningslid zonder zeilervaring. Zo iemand kan dus niet het zeil hijsen, maar wel het roer vasthouden, afhouden of een mast opvangen.
Gedurende de afzeildag word je zeiltechniek en –inzicht getest, maar er worden ook verrassende situaties opgezocht waarin je improvisatiekunst op de proef wordt gesteld. Net als bij het behalen van de vlettenkaart wordt ook gekeken naar je houding: hou je je hoofd koel, kan je haast maken, zonder slordig te worden? Aan het eind van de dag wordt er met jou geëvalueerd, maar ook tussen de zeilleiders onderling.

De doelstelling is om leden in zes jaar op te leiden tot valkenkaarthouder.

Aspirant-zeilleiderAspirant-zeilleider
Je wordt opgeleid tot zeilleider en mag in je eentje op de Loosdrechtse Plassen een boot meenemen.

Als aspirant-zeilleider word je ingeroosterd op het zeilrooster en wordt je aanwezigheid op de zeilleidersvergaderingen (2 a 3 per jaar) verwacht. Als aspirant-zeilleider leer je hoe je instructie moet geven: hoe schat je iemand z’n kwaliteiten in, hoe leg je een oefening uit, hou je leden bij de les, ontleed je een ingewikkelde manoeuvre in kleine overzichtelijke stapjes en hoe houd je het leuk voor de grote talenten én de wat minder begaafden?
Dit doe je door instructie te geven aan leden onder toezicht van een andere zeilleider, of zelfstandig en door hierover te spreken met verschillende zeilleiders. Je wordt persoonlijk in dit proces begeleid door één van de hoofdzeilleiders. Als aspirant-zeilleider betaal je nog slechts de helft van de contributie.

Je hoeft niet af te zeilen om aspirant te worden. Een besluit om iemand aspirant te maken wordt volgens de gewoonte genomen op een zeilleidersvergadering (hoewel dit volgens de statuten door het bestuur gedaan wordt). Aspirant word je onder drie voorwaarden. Ten eerste ben je een zekere valkenkaarthouder en heb je al veelvuldig zonder verdere begeleiding een valk meegenomen. Ten tweede moet je zelf aspirant willen worden. Je kan er ook voor kiezen nog even rustig aan te doen. Ten derde moet je er in de ogen van de zeilleidersvergadering ‘aan toe zijn’: als je op bijzonder jonge leeftijd je valkenkaart houdt, kan het vaak geen kwaad nog even te wachten met het aspirant-zeilleiderschap.

De doelstelling is om één a twee jaar na het behalen van de valkenkaart, iemand aspirant te maken.

ZeilleiderZeilleider
Je geeft zeilles aan de leden en mag in je eentje een boot meenemen, ook buiten de Loosdrechtse Plassen.

Zeilleiders zijn, behalve ervaren zeilers, in staat om op een effectieve manier les te geven aan de ‘nieuwe lichting’ leden. Zeilles geven is iets waar je in de loop der jaren steeds beter in wordt, maar als beginnende zeilleider ken je de basistheorie van het lesgeven, ben je bereid energie te steken in de ontwikkeling van leden en heb je laten zien een talent voor lesgeven te hebben ontwikkeld. Zeilleiders houden soms meer dan alleen een oogje in het zeil bij het draaiende houden van een zeildag; ze hebben oog voor veiligheid (‘Is het verantwoord met deze harde wind uit te varen?’); en kunnen leden afzeilen, in eerste instantie de bemanningskaarten, later ook de hogere kaarten. Als zeilleider betaal je geen contributie, maar wordt van je verwacht dat je in het voor- en naseizoen ieder minimaal twee dagen op het rooster staat. Als je niet meer aan die voorwaarde wil of kan voldoen, kan je begunstigend lid worden. Dan betaal je de helft van de contributie en ben je verder tot niets verplicht.

Zeilleider word je gemaakt door een besluit op de zeilleidersvergadering (ook hier geldt: volgens de statuten door het bestuur), waarbij je zelf geen stemrecht hebt. Je hebt minimaal (!) drie dagen bij een ervaren zeilleider aan boord zeilles gegeven, en daarover geëvalueerd. Bovendien ben je al zeker drie seizoensdelen aspirant, waarbij een zeilkamp als een seizoensdeel geldt. De zeilleidersvergadering heeft vertrouwen in je kunnen en heeft gezien dat je een duidelijke stap voorwaarts hebt gemaakt in je instructiekwaliteiten.

De doelstelling is om na één a twee jaar aspirantschap, iemand te bekronen tot zeilleider.

 

Agenda

Wie zijn er online?

Verjaardagen